vrijdag 28 november 2014

Op onderzoek op de toppen van Mount Moroto

Zoek... Moroto!
Al vanaf mijn aankomst keek ik hunkerend naar die groene reus die het achtergronddecor vormt van het kleine Moroto. De berg, die zorgt voor het microklimaat waarin ik woon. Die het mogelijk maakt om groenten te telen, door zijn vruchtbare regens. De berg, waar nog enkele Tepeth, een bergstam, wonen. Het merendeel van hen woont nu in Moroto, maar de liefde voor hun berg is er nog steeds: zij wonen nét aan de voet ervan. Ook ik heb een voorliefde voor bergen. En zeg nu zelf, een blogpost “aan de voet van Mount Moroto” kan toch niet anders dan opgevolgd worden door een post “op de top van Mount Moroto”?





Natuurlijke zwemvijver

Nog maar drie dagen was ik in Moroto, en het onvermijdelijke gebeurde: ik wou de berg op! Hanns vertelde me over zwemvijvers en zou me de route wijzen. Zwemvijvers? Was ik plots in Boeckenbergpark beland? Waren we hier niet in het dorre Karamoja? Al snel ontdekte ik twee dingen: de steppes zijn droog, maar de berg is nat. En, “de route” is relatief. Ergens is er een pad, onzichtbaar door het metershoge gras dat in je gezicht kriebelt. Op de tast zoeken je voeten de meest doorgaanbare plaats. Tot je de kam bereikt. Dan, is er zelfs van dit minimale pad geen sprake meer. Je houdt gewoon zuid-oost aan en baant je een weg door het struikgewas, al struikelend over stenen en lianen. En dan… het paradijs! De rivier vormt een quasi perfect ronde vijver, inclusief klaterende waterval. Na de hete zon op mijn bol, was dit de perfecte verfrissing. Zwemmen in Moroto, wie had dat gedacht!






Always look on the bright sight of life: geen regenboog ronder regen!
Uiteraard kwam hier een vervolg op. Andere valleien werden in de weekends onderzocht, telkens met een iets ander verloop dan eerst gepland. De weg is immers nergens echt duidelijk. En het voorbije weekend was het zover: mijn eerste top. De top die ik telkens zie vanuit het dorp, die me lijkt te roepen. De vegetatie verandert naarmate we stijgen, aloë veras bloeien weelderig en ongekende bloemen en bomen tekenen het landschap (het gras en de distels blijven uiteraard even onromantisch prikken). Bavianen verwelkomen ons met hun scherp geblaf in hun territorium. Een paar stevige plensbuien bezorgen onze voeten een gratis zwempartijtje in onze soppende schoenen. En dan… de top bereikt!



Spaans mos!
Alles verliep volgens plan: niet één keer verdwaald, rond lunchtijd op de top en al bijna terug opgedroogd. Mijn gedachten dwalen af naar de terugweg en thuiskomen. Mijn geest laat mijn lichaam al toe om in rustpositie terug te gaan. Niet dus. Mijn reisgezellen hebben een ander plan. Verder oostwaarts het gebergte in, om dan via een andere bergrug terug af te dalen. Na een initiële tegenstrubbeling van lichaam en mindset, volgde ik hen. Regen en mist hullen de omgeving in mysterieuze sluiers. Plots dringt het tot me door: dit is cloudforest! Spaans mos siert overvloedig de takken van de bomen en af en toe passeren we stukken subtropisch regenwoud met woudreuzen. Uiteindelijk duurde hele tocht meer dan twaalf uur door een loodzware afdaling. Maar deze verrassing maakte het meer dan waard.



Exploring the summits of Mount Moroto


Het "pad"
The day of my arrival I was already looking up to that green giant rising up behind tiny Moroto. This mountain, who assures the nice micro climate of this town. Who makes it possible to grow some vegetables, thanks to its fertile rains. The mountain, still the home of some Tepeth, a mountain tribe. The majority of them now lives in Moroto, but their love for their mountain remains: they live just at the foot of it. So have I a strong love for mountains. And admit, after a blog entry titled “at the foot of Mount Moroto”, there is no other option than one about the summits of Mount Moroto?

I had only been for three days in Moroto, and the inevitable happened: I wanted to climb the mountain! Hanns told me about swimming pools and would show me the way. Swimming pools? Wasn’t this the dry, arid Karamoja region? Quickly I discovered two things: the plains are dry, but the mountain is wet. And, “the way” is relative. Somewhere, there is a path, invisible due to the high grass that tickles your face. Your feet are trying to find the easiest way. That’s the path. Until you reach the ridge. Then, there is not even the slightest indication of a trail. You just follow south-east and you pave the way through the bushes, stumbling over rocks and vines. And then… paradise! The river has carved out an almost perfect round pool, ever deepening it through its waterfall. After this climb under the hot sun, this was the perfect refreshment. Swimming in Moroto, who would have ever thought so!

De top: Nagritoy 
This was of course not the last time. Other valleys were explored, changing our plans along the way, since the trail is never really clear. Finally, last weekend, my first summit. The peak I always see from town, the peak that seems to call me. Vegetation changes as we climb. Aloe vera flowering and unknown trees and flowers marking the landscape (of course, grass, thorns and thistles keep on itching and scratching you unromantically). Baboons welcome us in their territory with sharp howling. A couple of sudden downpours create a swimming party for our feet in our shoes. And then, we reached the top!


Blue Gladioli



Everything went according to plan: we didn’t lose the trail not even once, we were around lunch time at the summit and we were even almost dry again. My thoughts were wandering home and my mind allowed my body to slow down into resting position. Wrong. My hiking companions had another plan: further east into the mountains, to come back by another ridge. After an initial struggle of body and mind-set, we set off. The area was shrouded in rain and fog. Suddenly I realised: this is cloud forest! Spanish moss decorates the trees in abundance and we even pass pieces of subtropical rainforest with giant trees. In the end, our hike took more than twelve hours, due to a very though descent. But the surprise of the cloud forest made it more than worth it. 

Aloë vera in bloei

maandag 10 november 2014

Combineren van het beste van twee culinaire werelden

Eigenlijk, eigenlijk is het allemaal zo moeilijk niet.
Je neemt de fantastische samosa's van op de hoek van de markt, gevuld met heerlijke kleine boontjes. Daarnaast bestel je een lekker stukje maniok. Je roept "we go" en springt op de eerste beste boda-boda (moto-taxi) om met je haren in de wind, botsend over de putten in de weg, naar huis te vliegen (geen zorgen, vliegen is uiteindelijk maar 30km/u ofzo). Vervolgens diep je uit je diepste voorraad een beetje balsamico crème, druppelt dit over je vers gesneden tomaatjes... en installeert jezelf in je comfortabele plastieken stoel, met zicht over je tuin vol kleurrijke bloemetjes.



Wat - een - lunch!

Combining the best of two worlds.

Actually, it is not so difficult at all. You take some of the amazing samosas at the corner of the market, filled with tiny little tasty beans. Manioc is added to your order. You shout "we go" and immediately a boda-boda (moto-taxi) stops and takes you along to your house, over the bumpy road. Out of the deepest depths of your stock, you take a bit of balsamic oil, you drip it over your freshly cut tomatoes.. en you take a seat in your comfortable, plastic chair, looking out over your garden full of flowers.