“Wauw, dan ga je apen en
olifanten verzorgen!” of “Waarom ga je
dieren helpen in plaats van mensen?”. Dit zijn maar enkele van de reacties die
ik kreeg toen ik vertelde dat ik voor Dierenartsen Zonder Grenzen (DZG) zou
gaan werken. We verzorgen echter geen wilde dieren en hoe schattig die geitjes
ook wel niet zijn, het draait in de eerste plaats om hun baasjes. Daarom geef
ik graag hier wat verduidelijking over wat DZG doet.
Zoals net aangehaald,
staan bij DZG de mensen centraal. Maar waarom dan dierengezondheid? Wij werken
met veehouders en hun geiten en runderen zijn voor hen van levensbelang.
Uiteraard voor hun inkomen en voedsel, maar ook als trekkracht op het veld,
voor sociale status en als “spaarpot”. Zo kunnen zij bijvoorbeeld in geval van
ziekte een dier verkopen om gezondheidszorg voor hun familie te betalen.
Zoals je ziet zijn deze
dieren zo belangrijk voor deze gemeenschappen, dat zij best in goede gezondheid
verkeren. Maar, de dierengezondheidszorg in Afrika is vaak ontoereikend. Dit
leidt tot lage melk- en vleesproductie en zelfs tot veesterfte, bijvoorbeeld door
de verspreiding van ziektes zoals mond-en-klauwzeer of de pest. Daarom is de
missie van DZG: gezonde dieren, gezonde
mensen.
Nomadische herders in Karamoja
Karamoja is een
semi-aride regio in het noordoosten van Oeganda, grenzend aan Zuid-Soedan en
Kenia. Het landschap bestaat hier voornamelijk uit steppes, met doornachtige
struiken, cactussen en een paar bomen in de buurt van die enkele waterbron. Het
land ziet er hard en doorleefd uit, net als de mensen die erop leven. Het
merendeel van hen zijn nomadische herders, die met hun kuddes rondtrekken,
steeds op zoek naar voedsel voor hun vee. Karamoja is de armste regio van
Oeganda en wordt regelmatig geteisterd door droogte, met vaak hongersnood tot
gevolg. Denk maar aan de grote hongersnood in de Hoorn van Afrika van 2006 en
2011. Meer dan 10% van de bevolking is ondervoed, en dit is dan ook de voornaamste
oorzaak van kindersterfte (bron: Unicef).
Waarom dan geen groenten
telen, hoor ik je denken? Een bestaan volledig gebaseerd op reguliere landbouw
is door de beperkte regenval niet mogelijk. Door hun focus op nomadische
veeteelt, kunnen de Karamojong relatief goed omgaan met deze droge periodes.
Zij kennen hun land en het klimaat door en door en migreren naargelang de
voedselmogelijkheden voor hun dieren. Zij doen wanneer mogelijk wel aan
landbouw tijdens het regenseizoen, om hun voedsel aan te vullen. Zij verbouwen
dan meestal sorghum, een lokaal graan, en mais. Ondanks hun nomadische
levenswijze, aangepast aan hun natuurlijke omgeving, kampen zij met een heel
aantal problemen. Enkele daarvan zijn de volgende:
- Ziektes teisteren regelmatig het vee met lage productie en zelfs veesterfte tot gevolg. Zo is er momenteel een uitbraak van mond-en-klauwzeer, en is er een algemene quarantaine.
- Klimaatverandering. Weerpatronen worden onvoorspelbaar en zowel droogte als overstromingen komen steeds vaker voor. Doordat de natuur rondom hen verandert, zijn hun graaspatronen niet meer aangepast, vinden ze moeilijker water en beperkt dit hen in de mogelijkheden tot occasionele landbouw.
![]() |
| Vredesgesprekken |
- Onveiligheid. Karamoja was tot enkele jaren geleden erg onveilig door interne gewapende conflicten, maar ook vandaag zijn er nog veiligheidsproblemen. Dit maakt dat ze moeilijker toegang hebben tot waterbronnen, graasland en afzetmarkten.
- Slechte gezondheidssituatie: proper water is ontoegankelijk voor een groot deel van de bevolking. Samen met slechte hygiënische omstandigheden en beperkte gezondheidszorg, leidde dit in het verleden onder meer tot dodelijke uitbraken van cholera en hepatitis E.
- Erg beperkte infrastructuur en voorzieningen. Karamoja is nooit de favoriete regio geweest van de overheid, en investeringen in infrastructuur en voorzieningen waren quasi onbestaand. Ondertussen is er meer aandacht voor de regio, maar wegen, gezondheidszorg etc. zijn nog steeds in slechte staat.
- Problematiek van landrechten. Karamoja wordt geacht erg rijk te zijn in bodemgrondstoffen. Land wordt opgekocht door bedrijven en rijke individuen met het oog op toekomstige winst, zonder dat de lokale bevolking geconsulteerd wordt of op de hoogte is van haar rechten. Dit is één van de thema’s die volgens mij nog heel erg belangrijk gaat worden, met kans op intens conflict.
En wat doet Dierenartsen Zonder Grenzen?
Eerst en vooral,
Dierenartsen Zonder Grenzen stuurt zelf geen dierenartsen uit. Wij werken hier
in nauwe samenwerking met twee lokale partnerorganisaties: MADEFO en DADO. Zij
beschikken over lokale kennis en vertrouwensbanden met de gemeenschappen. Samen
met hen én met de lokale overheid worden de activiteiten uitgevoerd, zoals het trainen
van dierenverzorgers binnen de gemeenschap. Op deze manier wordt er kennis en
capaciteiten overgedragen en zullen op lange termijn de inspanningen hun effect
kunnen blijven hebben.
Maar, we werken niet
enkel rond dierengezondheid. De context is immers veel complexer dan dat en
vereist een geïntegreerde aanpak. Want, zo kan je een dier wel vaccineren, maar
als het dan geen toegang heeft tot water, sterft het dier toch. Daarom een kort
overzicht van wat we doen in Karamoja.
- Ondersteuning van de Community Animal Health Workers. Er zijn maar heel weinig dierenartsen in de regio, onder meer door het lage opleidingsniveau van de bevolking. Daarom worden er dierenverzorgers getraind in basis dierengezondheidszorg waaronder het detecteren en behandelen van ziektes en vaccineren.
- Duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen zoals water en graasland. Wij ondersteunen lokale watercomités in het beheer en herstellen van waterputten. Dit gaat gepaard met vredesgesprekken tussen verschillende groepen, bijvoorbeeld over de toegang tot waterbronnen en graasland.
- Als je als gezin slechts één bron van inkomsten hebt, en er gebeurt iets mee (vb. veediefstal, veesterfte,…), kom je al snel in een heel penibele situatie terecht. Daarom ondersteunt DZG groepen die een alternatieve inkomstenactiviteit beginnen. Hiervoor ondersteunen we spaar- en leengroepen, een soort minibanken. Een groep komt wekelijks samen en zet geld op de bank. Vervolgens kunnen ze leningen geven, bijvoorbeeld om een kippenkwekerij te beginnen. Wij trainen hen om deze financiën te beheren. Soms ondersteunen wij hen ook door een deel van de onderneming te financieren, maar steeds in combinatie met hun eigen inbreng. Zo zorgen zij bijvoorbeeld voor het kippenhok en geven wij de eerste kippen.
- Verbeteren van productietechnieken en markttoegang. De specifieke kennis van DZG wordt gecombineerd met de lokale kennis over goede veeteelt, om de productie te verbeteren. Zo helpt DZG met specifieke informatie over het voorkomen en herkennen van bepaalde ziektes.
![]() |
| Waterput in Kaabong |
Mijn rol binnen het team
Mijn officiële titel is
Junior Officer on Food Security and Natural Resource Management. Een hele mond
vol, dat is duidelijk. Enerzijds zal ik een aantal taken rond communicatie en
beleidsbeïnvloeding op me nemen. Anderzijds zal ik de projecten mee opvolgen,
monitoring en evaluatie in het jargon, en meewerken aan trainingen van de
groepen waarmee we werken.
Maar éérst en vooral,
zal ik meegaan met de andere leden van ons team naar het terrein. Zo zal ik de
context leren kennen, die zo belangrijk is om goed en duurzaam werk te kunnen
verrichten. Daarna zal ik, in samenspraak met mijn coach, nagaan waar ik het
meeste kan bijdragen.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten