Na een drukke
periode op het werk, werd het tijd om er tussenuit te knijpen om terug een fris
hoofd te krijgen. Letterlijk deze keer, want ik ging de bergen in. Geen
internet, geen gsm, enkel mezelf, mijn voeten en… een zeskoppige mannelijke
harem.
Mount Elgon is
een uitgedoofde vulkaan op de grens met Kenya. De hoogste toppen reiken boven
de 4000m uit, wat het één van de hoogste gebergtes in Afrika maakt. Toch wordt
de berg niet platgelopen door toeristen. De magische bekendheid van de
Kilimanjaro in Tanzania en de belofte van eeuwige sneeuw op de Rwenzori in
West-Oeganda maken dat Mount Elgon nogal snel gepasseerd wordt.
Gepakt met al
mijn kampeergerief en een voorraad eten kom ik aan op het vertrekpunt. Daar
blijkt niet 1 gids op mij staat te wachten, maar 3. En niet 1 porter, maar
eveneens 3. Hoe dat komt? Wel, de tocht die ik in gedachten had is niet zo
populair daar deze 5 tot 6 dagen in beslag neemt. Dus moesten er extra mensen
mee om het pad, begroeid door wilde vegetatie met machetes vrij te maken. Ging
ik net naar de bergen voor stilte en wat alleen zijn, zat ik daar met 6
Oegandese mannen opgescheept. Dat werd even wennen.
 |
| Mijn reisgezellen |
Diegenen die mijn
liefde voor trektochten kennen, vragen zich misschien af waarom ik een porter
had? Normaal draag ik toch alles zelf in mijn rugzak, ongeacht de hoogte van de
berg of de lengte van de tocht? Maar dat is één van de dingen waaraan ik mij
heb moeten aanpassen in Oeganda. Als je rijk bent (en dat ben ik in deze
context zeker), word je verondersteld om mensen voor je te laten werken. Dus
Vicky helpt me in het huishouden, Anyakun gaat voor me grond halen voor mijn
moestuin en als ik de bergen intrek neem ik een porter mee. Eerst dacht ik dat
ik het “goede” voorbeeld zou geven door die dingen zelf te doen en te tonen dat
ik niet meer was dan hen. Maar na een tijdje begreep ik dat dat anders opgevat
wordt: dit zou betekenen dat ik gierig ben en het anderen niet gun om ook wat
geld te verdienen. Dus, luxe luxe, ik had enkel een dagrugzakje op mijn rug
tijdens de trektocht.
 |
| Prachtige watervallen, maar toch net te koud om te zwemmen |
 |
| Prachtige woudreuzen |
De Sasa trail gingen
we omhoog richting het hoogste punt, de Wagagai: 4321m hoog. Gemakkelijk te
onthouden, een beetje zoals de kathedraal in Antwerpen, 123m, maar dan andersom
en met een cijfertje extra. We kwamen door prachtige oude wouden, met reuzen
van bomen, spaans mos (hier gekend als oude mannenbaard) en aapjes slingerend
door het bos. Hoe hoger we kwamen, hoe desolater het landschap werd. Regen,
wolken en koude waren van de partij gedurende de eerste drie dagen. We kwamen
soms vroeg aan in ons kamp, waardoor ik de rest van de namiddag en de avond bij
mijn harem zat om me rond hun vuur te warmen. Vele verhalen werden verteld, met
name over Karamoja. Dit keer ben ik niet “de schuldige” maar één van de gidsen:
Lote, Karimojong en een geboren vertellerPolygamie, tabak aan een meisje vragen
als je interesse hebt en het verzwijgen van exacte aantallen vee “1 of 2
koeien, dat is al wat ik heb” waren maar enkele van de onderwerpen die tot
hilariteit leidden bij de andere gidsen en porters. Weer bleek hoe verschillend
Karamoja is van de rest van het land.
 |
| De top! En net op tijd voor de 10 seconden van de zelfontspanner |
 |
| Op de terugweg naar ons basecamp toch ook maar even een andere top beklommen; Jackson's summit |
Elke gids had
zijn eigen specialiteit. Naast Lote zijn vertelkwaliteiten, was Agaba een
geboren dj (jawel, helemaal ontsnappen van de gsm kon ik niet). Zijn liedjes over een vrouw die al haar bezittingen in een
plastieken zak kon dragen, dan trouwde en later als een rijke vrouw haar man
verliet leidde tot een algemeen hoofdschudden. “It is unfair!” werd de kreet
van de trektocht. De oudste drager was een fantastisch lieve man, met handen
die immuun leken te zijn voor vuur. Hij hielp me telkens uit de brand met het
vasthouden van potten op ons kampvuur. Tot slot was er nog een universeel
gegeven: lachen met kleine mensen. De arme Karim was kleiner dan mezelf.
Bijnaam: tall man.
 |
| Prachtige vergezichten op Piswa trail |
Na drie dagen
wolken en buien klaarde het eindelijk op voor onze langste dag: 35km, waarvan
het eerste deel stijgen en dalen rond de 4000m grens. Pittig, maar prachtig. De
uitgestrektheid deed me erg denken aan de boeken van Jean M Auel, over een
meisje in de oertijd. Zeker toen we de Hunter’s Cave passeerden, helemaal in
lijn met mijn verbeelding.
 |
| En nog meer prachtige vergezichten |
 |
| Ons laatste kamp, Piswa |
 |
| Net buiten het nationaal park waren alle boeren ijverig in de weer om hun land klaar te maken in het begin van het regenseizoen. |
 |
| De enige manier van vervoer terug: op de truck! Af en toe werden zakken bloem, mais en kippen op of af geladen. |
 |
| Een dagje uitrusten aan Sipi falls na de trektocht |
Vijf dagen lang
wandelen: mijn hoofd werd leeg, mijn lichaam voldaan. Maar ik ben, zoals altijd
wanneer ik een tijdje uit de regio ben, weer heel blij om thuis te zijn in
Moroto. De eerste regens zijn gevallen, mijn moestuintje is vandaag
klaargemaakt!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten