donderdag 18 december 2014

Traditionele hongerstaking als protest tegen landroof

Een landconflict in de buurt van Moroto leidde tot een traditionele vorm van protest: een hongerstaking. Via het Karamoja Development Forum kon ik er bij zijn en deelnemen aan een heel traditionele ceremonie van de Karamajong.

De context van het landconflict


Zaterdagavond vertelde Maria me dat er een conflict rond landrechten was in een naburige gemeenschap, Kautako. Een deel van hun gemeenschapsland is verkocht en daar zou een industrieel park komen. Dit stuk land staat echter centraal in het culturele en sociale leven van Kautako: hun voorouders zijn er begraven en alle heilige rituelen worden daar uitgevoerd. Daarnaast dient dit als graasland voor hun dieren. Bovendien zijn er plannen voor een cementfabriek. Van een economisch perspectief zou dit positief zijn, gezien de groei van Moroto en de nood aan cement. Maar, de kans bestaat dat dit de omgeving zo zou vervuilen, dat ook het omringende land niet meer leefbaar zou zijn. Het land dat zo cruciaal is voor hun levenswijze. 

Maar hoe belandde dit land in de handen van enkele rijke individuen die met land speculeren? Eén van de scenario’s die circuleren is het volgende: een charmante zakenman nodigt één van de ouderen uit voor een drink. Doordat hij opgegroeid is in Karamoja, spreekt hij de lokale taal en kent hij de culturele gebruiken. Zo kan hij de oudere, die hij steeds drank bijschenkt, inpakken met mooie woorden. Vervolgens laat hij de oudere zijn duimafdruk zetten op een papier. Een papier dat deze oudere niet eens kan lezen, want net als zovelen in Karamoja heeft hij nooit leren lezen en schrijven. En zo werd gemeenschapsland in een handomdraai verkocht. Later verkocht de zakenman dit stuk land met enorme winst.

Uiteraard is dit maar één van de scenario’s die circuleert. Verder onderzoek moet nog aantonen in welke mate het stuk grond rechtmatig verkregen is of niet. Het problematische is de term “gemeenschapsland”. Voor talloze jaren functioneerde dit perfect in deze pastoralistische samenleving. Maar in een context waarin “papier” zoveel belangrijker wordt, is de rechtsbasis van gemeenschapsland erg vaag. Van wie is het? Wie kan de gemeenschap vertegenwoordigen? Hoe kan dit land verkocht worden? Wat is “voldoende” overleg? In deze specifieke case lijkt het dat er vanuit een strikt rechtenperspectief het land rechtmatig verkregen is door de nieuwe eigenaar. Maar dat er een zekere mate van onrecht gepaard ging met de verkoop, is duidelijk. De gemeenschap besefte duidelijk niet wat de gevolgen waren van de verkoop (als ze al op de hoogte waren), net doordat ze analfabeet zijn en deze complexe eigendomsprincipes niet kennen. Bovendien is er een uiterst lage prijs betaald, wat de zakenman ongetwijfeld wist. Maar voor de lokale, arme bevolking is er weinig verschil tussen pakweg  100 euro en 100 000 euro. 

Vorige week voerde de gemeenschap protest, toen de Minister voor Karamoja langs het terrein passeerde (zie Daily Monitor).
Daily Monitor: "We didn't know that you removed our guns so that you can come and raid our land"
Zondag vond er dan een traditionele hongerstaking plaats. Dit is één van de zwaarste protestvormen die er is in de Karamajong cultuur en toont dus duidelijk de ernst van dit conflict aan. En het vee, centraal in het leven van de herders, nam er aan deel.

Een hongerstaking waaraan zelfs het vee aan deelneemt 


Het is zondag, en we vertrekken vroeg in de morgen. Ik vergezel Simon en Teba, bezielers van het Karamoja Development Forum en Maria, vrijwilligster bij het KDF. Het KDF pleit voor ontwikkeling voor en met name door de Karamajong. Ze geven hen een stem en zetten zich in om hun rechten te verdedigen. Doorheen de dag zal blijken hoe gepassioneerd deze twee jonge mannen zijn en hoe ze zich in hun vrije tijd volledig inzetten voor Karamoja. Beiden behoren tot de Karamajong elite, daar zij één van de weinigen zijn die een universitair diploma hebben. Maar zij tonen een ongelooflijke trots over hun cultuur. Simon, lijkt op het eerste zicht eerder ingetogen. Maar later zal hij helemaal openbloeien en ons honderduit vertellen over de tradities bij de Karamajong.

Na een hobbelige rit van 20 minuten op boda-boda’s (moto-taxis), gaat de tocht te voet verder. We worden geïntroduceerd bij de gemeenschap en wachtten in spanning af wat er zal gebeuren. De hele gemeenschap komt samen op de heilige grond, en ze brengen hun dieren met hen mee.  

De herders brengen hun dieren naar de ceremonie

Iedereen verzamelt voor de bijeenkomst
De Akiriket (raad van ouderen) verzamelt en de ziener duidt het dier aan dat geofferd zal worden. De andere mannen groeperen en houden hun speren hoog in de lucht. Door middel van opzwepend gezang en een mars wordt de eigenaar van het dier overtuigd om te aanvaarden om zijn stier te offeren. Wanneer deze uiteindelijk accepteert, wordt er op zoek gegaan naar een vrijwilliger die de eigenaar wil compenseren voor het verlies van zijn stier. Deze vrijwilliger geeft één van zijn dieren aan de eigenaar van de stier en krijgt daardoor de eer om de stier te offeren.

Onderhandelen over het te offeren dier
Met één speerstoot wordt de stier gedood. Vervolgens wordt onder het toeziend oog van een oudere het dier geslacht, zonder hierbij bloed te verspillen. Eén heilig deel van de stier wordt onmiddellijk verwijderd en naar de ouderen gebracht. Het bloed wordt opgevangen en wordt onmiddellijk door de ouderen gedronken, ter ere van het dier en de voorouders. Ook de darmen worden naar de ouderen gebracht en de ziener leest er de toekomst in voor de clan. Dit gebeurt voornamelijk om regenpatronen te voorspellen en te beslissen of er gemigreerd wordt naar ander graasland. Maar deze keer gaat het over het land van hun voorouders, en of ze hier zouden kunnen blijven wonen. Bij het slachten wordt tevens een maag met mest opzij gehouden, voor een later deel van de ceremonie. Tot slot wordt het vlees verdeeld. Het merendeel hierbij gaat naar de vrouwen en kinderen, de mannen krijgen het andere deel en beginnen dit te roosteren.

De oudere kijkt toe op het slachten van de stier
Eén voor één drinken de ouderen van het bloed
Ondertussen zijn de vrouwen aangekomen. Zij brengen water, melk en een lokaal brouwsel naar de ceremoniële plek, maar houden een respectvolle afstand van de ouderen. Passend voor de gelegenheid hebben de vrouwen zich getooid met onder andere schorten van geitenhuid. Net als ik me bij hen vervoeg beginnen ze te dansen. Springen, dansen en zingen, met scherpe uithalen van hun stem. Stokken vliegen de lucht in, rokken zwaaien en een soort didgeridoo vergezelt hun dans. Mijn hand wordt gegrepen en ik word mee de groep in getrokken. Hilariteit alom! Vooral als ik hun scherpe trillende uithalen met hun stem probeer na te doen, wordt er flink wat afgelachen. Mijn didgeridoo-capaciteiten worden daarentegen wél geapprecieerd. Dankjewel Alix, die didgeridoo op ons appartement heeft mijn gezicht gered! 

De vrouwen komen aan, met lokaal gebrouwen bier

De oudste vrouwen verdelen het drinken, terwijl de jongere vrouwen dansen
Wanneer ik samen met enkele oudere vrouwen uitpuf onder de boom wordt het serieuzer. Een vrouw vraagt me waarom ik hier ben. Als ik haar vertel dat ik graag wil begrijpen wat er gaande is in verband met het landconflict, wordt haar blik hard. Doordringend kijkt ze me aan. “Dit land is voor mij mijn leven. Mijn voorouders leefden hier en zij zijn hier begraven. Hier komen we voor onze rituelen en voor het verzamelen van speciale stenen voor het bewerken van de melk. Zonder dit land weet ik niet waar ik naartoe moet. Naar waar gaan wij? Naar waar gaan onze voorouders? Moeten wij hen opgraven? Wij kunnen niet weg. Wij gaan niet weg.” Simultaan vertaalt Simon wat de vrouw vertelt, maar ik kan haar blik niet lossen en geraak vervuld met droefheid. Hoeveel kans is er dat zij het kunnen winnen van de rijken en machtigen?



De hongerstaking voor het vee begreep ik initieel niet echt. Want hoewel het vee rondom de heilige plaats bleef en niet op stap mocht met hun herders, graasde het uiteraard wel. Maar dan komt het: elke familie brengt hun koeien en geiten bijeen en leidt de dieren in een grote cirkel rond de heilige plaats. Om de zoveel meter stoppen en dansen en zingen ze. Typerend aan de Karamajong is dat ze dan springen. En ze springen hoog! 

Dansen rond het vee
Weeral werden wij hartelijk uitgenodigd om mee te doen. Aangezien wij er niet op gekleed waren –want wat was dat met die broek? Ik moest een rok aan, om goed te kunnen zwieren! – werd ik door een vrouw een halsketting gegeven, kreeg ik een short van geitenhuid en een vlag rond gebonden en werd er snel een staf voor me geïmproviseerd. Na een korte les springen kon ik er helemaal tegenaan! 
Aangekleed en springen maar!
Lokaal gebrouwen bier werd rondgedeeld
We keerden terug naar de ouderen, die nog steeds onder de boom beraadslaagden. De hele voormiddag hadden zij problemen en uitdagingen voor hun land bediscussieerd. We nemen plaats op een respectvolle afstand, op het uiterste randje van de schaduw. Dit is immers een plaats voor mannen, en we wisten niet goed of we als vrouwen daarbij mochten zijn. Maar dan komt het mestgedeelte. Alle mannen die geïnitieerd waren (een ritueel om over te gaan naar volwassenheid) ontbloten hun bovenlijf en worden ingesmeerd door de ouderen met de mest. Hoofd, bovenlijf en armen. En wij, wij mogen ook mee in de kring. Anticiperend op het verschil in cultuur neemt de oudere voor ons slechts een klein beetje mest. Hij smeert hiermee lichtjes ons voorhoofd, hals, armen en voeten mee in. 
De mannen worden met heilige mest ingesmeerd
Dit mutuele respect typeerde de hele dag. Blijkbaar maakte het merendeel van de clan zich vooral zorgen of we wel de hele dag in de zon zonder voedsel aankonden, en waren dan ook diep onder de indruk dat die fragiele Westerse meisjes daar toch bleken tegen te kunnen.

Vervolgens worden de koeien besprenkeld met de mest en dit is het signaal om de hongerstaking te beëindigen. Het vee vertrekt om te gaan grazen met hun herders en de gebeden worden ingezet. De oudste van de ouderen leidt, en de anderen antwoorden. Dit antwoord is meestal één alomvattend woord, dat verwijst naar het samenzijn, naar het heden, naar dit unieke moment. En dan wordt het vlees verdeeld, en onze gastheren geven ons een flink stuk. Met sterke, intense en uiterst hartelijke handdrukken nemen we afscheid en vangen de terugtocht aan. 


Simon
Hou houd ik die stok vast... Zo? 
Zo dan maar?
Teba doet het even voor

Euforisch: zo!
Deze dag was er één om niet snel te vergeten. Ik leerde zoveel over de traditionele cultuur van de Karamajong, hoe hun dieren centraal staan in hun leven, en hoe het beheer van gemeenschapsland een enorme uitdaging is voor hen in de 21e eeuw. Waar dit conflict naartoe gaat is nog onzeker. Ik hoop dat alle partijen samenkomen in een evenwaardige dialoog en dat er een vreedzame oplossing gezocht wordt. Ook Maria was helemaal overweldigd bij de ervaring. Lees zeker ook haar blog (Engelstalig en met prachtige foto’s) via deze link .

Tot slot nog een kort filmpje:


maandag 15 december 2014

MO*paper over rondtrekkende veehouders

Dierenartsen Zonder Grenzen heeft net een MO*paper gepubliceerd over rondtrekkende veehouders, geschreven door Koen Van Troos, onze beleidsmedewerker. De volledige papier is hier te lezen en is heel erg de moeite om een beter beeld te krijgen van de nomadische veeteelt en de uitdagingen waarmee deze veehouders te kampen hebben.

Hieronder alvast enkele interessante quotes uit de paper met een paar toevoegingen van mezelf over de situatie in Karamoja:
"Mobiliteit staat centraal in het leven van de nomadische veehouders. Door rond te trekken, maximaliseren ze het potentieel van droge en semi-aride gebieden en overtreffen ze de productiviteit van andere landbouwmethodes in gelijkaardig klimatologische omstandigheden, zoals de sedentaire veeteelt en de akkerbouw. Mobiliteit zorgt voor een optimale productiviteit, is essentieel voor de handel en doet ook dienst als overlevingsstrategie."
"Veehouders hebben weinig vertrouwen in banken en investeren liever in kuddes dan hun geld toe te vertrouwen aan een bank. Zo vormt de kudde een soort van mobiele spaarbank die de familie de hele tijd bij zich heeft."
Voor de Karamajong zijn hun koeien en geiten veel meer dan enkel voedsel of marktwaar. Naast de beschreven spaarbank, staan deze dieren ook centraal in al hun culturele en sociale rituelen: de bruidsprijs bestaat uit koeien en geiten, de kledij tijdens rituelen is deels gemaakt uit huiden van dieren (en de rok doet tijdens de dans zelfs denken aan een koeienstaart) en de ziener leest de toekomst in de darmen van een geofferde geit. Elk offer dat gebracht wordt, gebeurt duidelijk met pijn in het hart en met een groot respect voor het dier.
"Rondtrekkende veehouders hebben een strategisch voordeel omdat ze hun dieren gebruiken om lokale vegetatie – die niet geschikt is voor menselijke consumptie – om te zetten in hoogwaardig voedsel en energie. Doordat ze een eeuwenoude praktijk beoefenen, zijn hun dierenrassen aangepast aan de schaarse vegetatie en de moeilijke levensomstandigheden. Op die manier dragen ze bij aan de biodiversiteit. Ze blijven nooit lang ter plaatse, zodat de vegetatie voldoende tijd heeft om zich te herstellen en opnieuw te groeien."
"Verder draagt de rondtrekkende veehouderij bij tot de voedselzekerheid en een betere voeding. Dierlijke producten bevatten namelijk eiwitten, vetten en voedingsstoffen als ijzer, zink en vitamine A. Die voedingsstoffen leveren noodzakelijke energie voor iedereen en zijn essentieel voor mensen met een beperkte toegang tot voedsel, zoals jonge kinderen."
Zoals sommigen onder jullie weten, at ik in België veelal vegetarisch, voornamelijk door mijn verzet tegen de grote ecologische voetafdruk van het vlees in de supermarkt. Land wordt geroofd van boeren in Brazilië om onze koe te kunnen voeden. En die boeren kampen daardoor zelf met voedselonzekerheid, terwijl ons veevoeder op hun land groeit. Bovendien draagt onze intensieve veeteelt bij aan klimaatverandering en wordt er enorm veel water verbruikt. En zo zijn er talloze argumenten en voorbeelden waarom de intensieve veeteelt en onze hoge vleesconsumptie in België niet duurzaam is, met uitzondering van enkele kleinschalige, doordachte initiatieven.

Hier is mijn positie ten aanzien van vleesconsumptie volledig anders: vlees en zuivelproducten zijn ten eerste erg noodzakelijk voor de bevolking om in hun voedselbehoeftes te voorzien. Daarenboven dragen de rondtrekkende veehouders net bij aan biodiversiteit en is hun manier van leven net één van de meest productieve voor dit semi-aride land. Tot slot, hebben de dieren hier een prachtig leven: ze grazen de hele dag in hun kudde, vergezeld door hun herder.

De paper focust ook op een aantal uitdagingen

Eén daarvan is de impact van klimaatverandering. De uitkomst van de klimaattop in Lima was jammer genoeg weer beperkt in dit opzicht. Ja, er werden beloftes gemaakt inzake uitstootvermindering (voor wat deze beloftes waard zijn, kijk maar naar voorgaande beloftes). Maar wat met de aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering, die voornamelijk ontwikkelingslanden treft? Droogtes en onregelmatige patronen van regen (die dan vaak ineens te hevig zijn), teisteren Karamoja. De boeren en agropastoralisten weten niet meer waaraan en waaraf: zal deze keer de regen op tijd komen? Of zoals vorig jaar met twee maanden vertraging? En als de regen komt, zal die dan zo hevig zijn dat de volledige oogst wegspoelt? 

Een ander aspect is landrechten. Dit weekend heb ik een lokale gemeenschap ontmoet waarvan zonder overleg een deel van hun land ontnomen werd (hierover volgt nog een uitgebreide post). Speculatie met land is alomtegenwoordig, en de lokale, vaak analfabete bevolking, verliest zonder inspraak haar land. 

Een aangepast wettelijk kader, met inspraak van de lokale bevolking, is dan ook broodnodig om hun rechten en levenswijze te respecteren. 
"Hoe komt het dat deze politieke wil ontbreekt in verschillende landen en regio’s in Afrika? Enerzijds worden rondtrekkende veehouders nog te vaak gemarginaliseerd, niet erkend voor hun bijdrage in de reële economie en hebben ze geen toegang tot de beleidsprocessen. [...] Anderzijds is er dus ook nog onvoldoende kennis en begrip voor de nomadische veetelers.[...] nationale politici en lokale autoriteiten beschouwen rondtrekkende veehouders als onruststokers en vinden hun manier van leven ouderwets."
Maar integendeel...
"Als hun mobiliteit gegarandeerd en wettelijk verankerd zou zijn, zouden zij ten volle kunnen bijdragen aan de voedings- en voedselzekerheid, de economische ontwikkeling en het terugdringenvan de klimaatverandering."

vrijdag 28 november 2014

Op onderzoek op de toppen van Mount Moroto

Zoek... Moroto!
Al vanaf mijn aankomst keek ik hunkerend naar die groene reus die het achtergronddecor vormt van het kleine Moroto. De berg, die zorgt voor het microklimaat waarin ik woon. Die het mogelijk maakt om groenten te telen, door zijn vruchtbare regens. De berg, waar nog enkele Tepeth, een bergstam, wonen. Het merendeel van hen woont nu in Moroto, maar de liefde voor hun berg is er nog steeds: zij wonen nét aan de voet ervan. Ook ik heb een voorliefde voor bergen. En zeg nu zelf, een blogpost “aan de voet van Mount Moroto” kan toch niet anders dan opgevolgd worden door een post “op de top van Mount Moroto”?





Natuurlijke zwemvijver

Nog maar drie dagen was ik in Moroto, en het onvermijdelijke gebeurde: ik wou de berg op! Hanns vertelde me over zwemvijvers en zou me de route wijzen. Zwemvijvers? Was ik plots in Boeckenbergpark beland? Waren we hier niet in het dorre Karamoja? Al snel ontdekte ik twee dingen: de steppes zijn droog, maar de berg is nat. En, “de route” is relatief. Ergens is er een pad, onzichtbaar door het metershoge gras dat in je gezicht kriebelt. Op de tast zoeken je voeten de meest doorgaanbare plaats. Tot je de kam bereikt. Dan, is er zelfs van dit minimale pad geen sprake meer. Je houdt gewoon zuid-oost aan en baant je een weg door het struikgewas, al struikelend over stenen en lianen. En dan… het paradijs! De rivier vormt een quasi perfect ronde vijver, inclusief klaterende waterval. Na de hete zon op mijn bol, was dit de perfecte verfrissing. Zwemmen in Moroto, wie had dat gedacht!






Always look on the bright sight of life: geen regenboog ronder regen!
Uiteraard kwam hier een vervolg op. Andere valleien werden in de weekends onderzocht, telkens met een iets ander verloop dan eerst gepland. De weg is immers nergens echt duidelijk. En het voorbije weekend was het zover: mijn eerste top. De top die ik telkens zie vanuit het dorp, die me lijkt te roepen. De vegetatie verandert naarmate we stijgen, aloë veras bloeien weelderig en ongekende bloemen en bomen tekenen het landschap (het gras en de distels blijven uiteraard even onromantisch prikken). Bavianen verwelkomen ons met hun scherp geblaf in hun territorium. Een paar stevige plensbuien bezorgen onze voeten een gratis zwempartijtje in onze soppende schoenen. En dan… de top bereikt!



Spaans mos!
Alles verliep volgens plan: niet één keer verdwaald, rond lunchtijd op de top en al bijna terug opgedroogd. Mijn gedachten dwalen af naar de terugweg en thuiskomen. Mijn geest laat mijn lichaam al toe om in rustpositie terug te gaan. Niet dus. Mijn reisgezellen hebben een ander plan. Verder oostwaarts het gebergte in, om dan via een andere bergrug terug af te dalen. Na een initiële tegenstrubbeling van lichaam en mindset, volgde ik hen. Regen en mist hullen de omgeving in mysterieuze sluiers. Plots dringt het tot me door: dit is cloudforest! Spaans mos siert overvloedig de takken van de bomen en af en toe passeren we stukken subtropisch regenwoud met woudreuzen. Uiteindelijk duurde hele tocht meer dan twaalf uur door een loodzware afdaling. Maar deze verrassing maakte het meer dan waard.



Exploring the summits of Mount Moroto


Het "pad"
The day of my arrival I was already looking up to that green giant rising up behind tiny Moroto. This mountain, who assures the nice micro climate of this town. Who makes it possible to grow some vegetables, thanks to its fertile rains. The mountain, still the home of some Tepeth, a mountain tribe. The majority of them now lives in Moroto, but their love for their mountain remains: they live just at the foot of it. So have I a strong love for mountains. And admit, after a blog entry titled “at the foot of Mount Moroto”, there is no other option than one about the summits of Mount Moroto?

I had only been for three days in Moroto, and the inevitable happened: I wanted to climb the mountain! Hanns told me about swimming pools and would show me the way. Swimming pools? Wasn’t this the dry, arid Karamoja region? Quickly I discovered two things: the plains are dry, but the mountain is wet. And, “the way” is relative. Somewhere, there is a path, invisible due to the high grass that tickles your face. Your feet are trying to find the easiest way. That’s the path. Until you reach the ridge. Then, there is not even the slightest indication of a trail. You just follow south-east and you pave the way through the bushes, stumbling over rocks and vines. And then… paradise! The river has carved out an almost perfect round pool, ever deepening it through its waterfall. After this climb under the hot sun, this was the perfect refreshment. Swimming in Moroto, who would have ever thought so!

De top: Nagritoy 
This was of course not the last time. Other valleys were explored, changing our plans along the way, since the trail is never really clear. Finally, last weekend, my first summit. The peak I always see from town, the peak that seems to call me. Vegetation changes as we climb. Aloe vera flowering and unknown trees and flowers marking the landscape (of course, grass, thorns and thistles keep on itching and scratching you unromantically). Baboons welcome us in their territory with sharp howling. A couple of sudden downpours create a swimming party for our feet in our shoes. And then, we reached the top!


Blue Gladioli



Everything went according to plan: we didn’t lose the trail not even once, we were around lunch time at the summit and we were even almost dry again. My thoughts were wandering home and my mind allowed my body to slow down into resting position. Wrong. My hiking companions had another plan: further east into the mountains, to come back by another ridge. After an initial struggle of body and mind-set, we set off. The area was shrouded in rain and fog. Suddenly I realised: this is cloud forest! Spanish moss decorates the trees in abundance and we even pass pieces of subtropical rainforest with giant trees. In the end, our hike took more than twelve hours, due to a very though descent. But the surprise of the cloud forest made it more than worth it. 

Aloë vera in bloei

maandag 10 november 2014

Combineren van het beste van twee culinaire werelden

Eigenlijk, eigenlijk is het allemaal zo moeilijk niet.
Je neemt de fantastische samosa's van op de hoek van de markt, gevuld met heerlijke kleine boontjes. Daarnaast bestel je een lekker stukje maniok. Je roept "we go" en springt op de eerste beste boda-boda (moto-taxi) om met je haren in de wind, botsend over de putten in de weg, naar huis te vliegen (geen zorgen, vliegen is uiteindelijk maar 30km/u ofzo). Vervolgens diep je uit je diepste voorraad een beetje balsamico crème, druppelt dit over je vers gesneden tomaatjes... en installeert jezelf in je comfortabele plastieken stoel, met zicht over je tuin vol kleurrijke bloemetjes.



Wat - een - lunch!

Combining the best of two worlds.

Actually, it is not so difficult at all. You take some of the amazing samosas at the corner of the market, filled with tiny little tasty beans. Manioc is added to your order. You shout "we go" and immediately a boda-boda (moto-taxi) stops and takes you along to your house, over the bumpy road. Out of the deepest depths of your stock, you take a bit of balsamic oil, you drip it over your freshly cut tomatoes.. en you take a seat in your comfortable, plastic chair, looking out over your garden full of flowers. 

vrijdag 31 oktober 2014

Gezonde dieren voor gezonde mensen

“Wauw, dan ga je apen en olifanten verzorgen!”  of “Waarom ga je dieren helpen in plaats van mensen?”. Dit zijn maar enkele van de reacties die ik kreeg toen ik vertelde dat ik voor Dierenartsen Zonder Grenzen (DZG) zou gaan werken. We verzorgen echter geen wilde dieren en hoe schattig die geitjes ook wel niet zijn, het draait in de eerste plaats om hun baasjes. Daarom geef ik graag hier wat verduidelijking over wat DZG doet.



Zoals net aangehaald, staan bij DZG de mensen centraal. Maar waarom dan dierengezondheid? Wij werken met veehouders en hun geiten en runderen zijn voor hen van levensbelang. Uiteraard voor hun inkomen en voedsel, maar ook als trekkracht op het veld, voor sociale status en als “spaarpot”. Zo kunnen zij bijvoorbeeld in geval van ziekte een dier verkopen om gezondheidszorg voor hun familie te betalen.

Zoals je ziet zijn deze dieren zo belangrijk voor deze gemeenschappen, dat zij best in goede gezondheid verkeren. Maar, de dierengezondheidszorg in Afrika is vaak ontoereikend. Dit leidt tot lage melk- en vleesproductie en zelfs tot veesterfte, bijvoorbeeld door de verspreiding van ziektes zoals mond-en-klauwzeer of de pest. Daarom is de missie van DZG: gezonde dieren, gezonde mensen

Nomadische herders in Karamoja

Karamoja is een semi-aride regio in het noordoosten van Oeganda, grenzend aan Zuid-Soedan en Kenia. Het landschap bestaat hier voornamelijk uit steppes, met doornachtige struiken, cactussen en een paar bomen in de buurt van die enkele waterbron. Het land ziet er hard en doorleefd uit, net als de mensen die erop leven. Het merendeel van hen zijn nomadische herders, die met hun kuddes rondtrekken, steeds op zoek naar voedsel voor hun vee. Karamoja is de armste regio van Oeganda en wordt regelmatig geteisterd door droogte, met vaak hongersnood tot gevolg. Denk maar aan de grote hongersnood in de Hoorn van Afrika van 2006 en 2011. Meer dan 10% van de bevolking is ondervoed, en dit is dan ook de voornaamste oorzaak van kindersterfte (bron: Unicef).

Waarom dan geen groenten telen, hoor ik je denken? Een bestaan volledig gebaseerd op reguliere landbouw is door de beperkte regenval niet mogelijk. Door hun focus op nomadische veeteelt, kunnen de Karamojong relatief goed omgaan met deze droge periodes. Zij kennen hun land en het klimaat door en door en migreren naargelang de voedselmogelijkheden voor hun dieren. Zij doen wanneer mogelijk wel aan landbouw tijdens het regenseizoen, om hun voedsel aan te vullen. Zij verbouwen dan meestal sorghum, een lokaal graan, en mais. Ondanks hun nomadische levenswijze, aangepast aan hun natuurlijke omgeving, kampen zij met een heel aantal problemen. Enkele daarvan zijn de volgende:
  •  Ziektes teisteren regelmatig het vee met lage productie en zelfs veesterfte tot gevolg. Zo is er momenteel een uitbraak van mond-en-klauwzeer, en is er een algemene quarantaine.
  • Klimaatverandering. Weerpatronen worden onvoorspelbaar en zowel droogte als overstromingen komen steeds vaker voor. Doordat de natuur rondom hen verandert, zijn hun graaspatronen niet meer aangepast, vinden ze moeilijker water en beperkt dit hen in de mogelijkheden tot occasionele landbouw.

Vredesgesprekken
  • Onveiligheid. Karamoja was tot enkele jaren geleden erg onveilig door interne gewapende conflicten, maar ook vandaag zijn er nog veiligheidsproblemen. Dit maakt dat ze moeilijker toegang hebben tot waterbronnen, graasland en afzetmarkten.
  • Slechte gezondheidssituatie: proper water is ontoegankelijk voor een groot deel van de bevolking. Samen met slechte hygiënische omstandigheden en beperkte gezondheidszorg, leidde dit in het verleden onder meer tot dodelijke uitbraken van cholera en hepatitis E.
  • Erg beperkte infrastructuur en voorzieningen. Karamoja is nooit de favoriete regio geweest van de overheid, en investeringen in infrastructuur en voorzieningen waren quasi onbestaand. Ondertussen is er meer aandacht voor de regio, maar wegen, gezondheidszorg etc. zijn nog steeds in slechte staat.
  • Problematiek van landrechten. Karamoja wordt geacht erg rijk te zijn in bodemgrondstoffen. Land wordt opgekocht door bedrijven en rijke individuen met het oog op toekomstige winst, zonder dat de lokale bevolking geconsulteerd wordt of op de hoogte is van haar rechten. Dit is één van de thema’s die volgens mij nog heel erg belangrijk gaat worden, met kans op intens conflict.

En wat doet Dierenartsen Zonder Grenzen?

Eerst en vooral, Dierenartsen Zonder Grenzen stuurt zelf geen dierenartsen uit. Wij werken hier in nauwe samenwerking met twee lokale partnerorganisaties: MADEFO en DADO. Zij beschikken over lokale kennis en vertrouwensbanden met de gemeenschappen. Samen met hen én met de lokale overheid worden de activiteiten uitgevoerd, zoals het trainen van dierenverzorgers binnen de gemeenschap. Op deze manier wordt er kennis en capaciteiten overgedragen en zullen op lange termijn de inspanningen hun effect kunnen blijven hebben.

Maar, we werken niet enkel rond dierengezondheid. De context is immers veel complexer dan dat en vereist een geïntegreerde aanpak. Want, zo kan je een dier wel vaccineren, maar als het dan geen toegang heeft tot water, sterft het dier toch. Daarom een kort overzicht van wat we doen in Karamoja.
  • Ondersteuning van de Community Animal Health Workers. Er zijn maar heel weinig dierenartsen in de regio, onder meer door het lage opleidingsniveau van de bevolking. Daarom worden er dierenverzorgers getraind in basis dierengezondheidszorg waaronder het detecteren en behandelen van ziektes en vaccineren.
  • Waterput in Kaabong
  • Duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen zoals water en graasland. Wij ondersteunen lokale watercomités in het beheer en herstellen van waterputten. Dit gaat gepaard met vredesgesprekken tussen verschillende groepen, bijvoorbeeld over de toegang tot waterbronnen en graasland.      
  • Als je als gezin slechts één bron van inkomsten hebt, en er gebeurt iets mee (vb. veediefstal, veesterfte,…), kom je al snel in een heel penibele situatie terecht. Daarom ondersteunt DZG groepen die een alternatieve inkomstenactiviteit beginnen. Hiervoor ondersteunen we spaar- en leengroepen, een soort minibanken. Een groep komt wekelijks samen en zet geld op de bank. Vervolgens kunnen ze leningen geven, bijvoorbeeld om een kippenkwekerij te beginnen. Wij trainen hen om deze financiën te beheren. Soms ondersteunen wij hen ook door een deel van de onderneming te financieren, maar steeds in combinatie met hun eigen inbreng. Zo zorgen zij bijvoorbeeld voor het kippenhok en geven wij de eerste kippen.
  • Verbeteren van productietechnieken en markttoegang. De specifieke kennis van DZG wordt gecombineerd met de lokale kennis over goede veeteelt, om de productie te verbeteren. Zo helpt DZG met specifieke informatie over het voorkomen en herkennen van bepaalde ziektes. 

Mijn rol binnen het team

Mijn officiële titel is Junior Officer on Food Security and Natural Resource Management. Een hele mond vol, dat is duidelijk. Enerzijds zal ik een aantal taken rond communicatie en beleidsbeïnvloeding op me nemen. Anderzijds zal ik de projecten mee opvolgen, monitoring en evaluatie in het jargon, en meewerken aan trainingen van de groepen waarmee we werken.
Maar éérst en vooral, zal ik meegaan met de andere leden van ons team naar het terrein. Zo zal ik de context leren kennen, die zo belangrijk is om goed en duurzaam werk te kunnen verrichten. Daarna zal ik, in samenspraak met mijn coach, nagaan waar ik het meeste kan bijdragen. 

woensdag 22 oktober 2014

Aan de voet van Mount Moroto

Als BTC junior assistent zal ik één of twee jaar werken voor VSF-Belgium (Vétérinaires Sans Frontières/Dierenartsen Zonder Grenzen) in Karamoja, een semi-aride regio in het noordoosten van Oeganda. Op deze blog zal ik een aantal van mijn ervaringen uit het alledaagse leven in Karamoja delen. 

Vanuit Kampala ondernemen we de tocht door het oosten van Oeganda richting Moroto, mijn uitvalsbasis. De rit is moeizaam vanaf Mbale, daar de regen de ongeasfalteerde weg regelmatig in een modderpoel verandert. Met name vrachtwagens blijven steken en moeten dan uitgegraven en geduwd worden. Ondertussen groeit er langzaamaan een rij wagens, wachtend tot de weg terug vrij is.

Het landschap wordt steeds vlakker en steppeachtiger, typerend voor Karamoja, de regio op de grens van Oeganda, Kenia en Zuid-Soedan. Het lijkt echter alsof iemand per toeval af en toe een berg of een heuvel op de vlakten strooit. Zo ook de berg die we in de verte zien opdoemen: Mount Moroto. Het kleine stadje Moroto ligt aan de voet van deze berg en kijkt uit over de weidse vlaktes.

Moroto, uitzicht vanop Mount Moroto
Moroto is de hoofdstad van het gelijknamige district, en in praktijk ook van de hele Karamoja-regio. Het heeft een aantal voorzieningen, zoals twee banken, een markt, enkele winkels, restaurantjes en cafés en zelfs een “nightclub”. Desalniettemin blijft het moeilijk voor mij om van een stad te spreken, daar het echt heel erg klein, afgelegen en basic is. Ik word dan ook continu verbeterd wanneer ik over “the village” spreek in plaats van over town, of zelfs city. Misschien heeft dit iets te maken met mijn Antwerpse perceptie van stad?

Iedereen heeft me hier heel hartelijk ontvangen. Het team van VSF-Belgium had thee en koffie klaarstaan, en plukt guavas voor me van de boom uit onze tuin. De lokale bevolking begroet me op mijn dagelijkse wandeling naar kantoor of de markt: “Ejok a”? “Ejok nooi!” – “Hoe gaat het?” “Heel goed!”. Een leuk weetje: als je struikelt of je stoot, zegt de andere “sorry”. Nu verbaast het me nog elke keer, maar ongetwijfeld zullen jullie me exact hetzelfde horen zeggen binnen een tijdje.
Fleurig welkom in mijn nieuw huisje

Ondertussen ben ik al verhuisd naar een eigen stekje, dankzij de doortastende aanpak van Josephine, de administratief verantwoordelijke van VSF. Mijn nieuwe thuis is vlak achter het kantoor en maakt deel uit van een gebouwtje met 3 woningen onder één dak. De buren kwamen meteen een babbeltje doen bij aankomst en de huisbazin had zelfs een boeketje bloemen uit haar tuin geplukt en op mijn tafel klaargezet. Van een warm welkom gesproken!

En niet getreurd, de volgende keer vertel ik jullie meer over wat Dierenartsen Zonder Grenzen doet in Karamoja.

Ikianyun! See you!








English summary

The trip from Kampala to Moroto took a long time, due to the bad road conditions caused by the seasonal rains. Trucks get stuck in the mud and have to be pushed and dug out, causing a row of waiting vehicles. The landscape changes while we move up north, getting dryer and flatter. On the plains, there are randomly mountains scattered around. The town (district capital) of Moroto lies on the foot of one of these mountains: Mount Moroto.

Moroto looks very small to me, but is the central hub of the Karamoja region with a market, several shops, bars, two banks and even a night club. I am corrected every time I speak of “the village” instead of town or city. This has maybe something to do with my background in Antwerp?

I have been welcomed by the VSF-team with fresh guaves from the garden and also by the landlady of my new place with flowers. Also the neighbours seem pretty nice, they immediately came out to meet me. Locals greet me everywhere with “ejok a?” (how are you), “ejok!” (fine). My knowledge of the local language is improving slowly.


Next time more news on what VSF does in Karamoja!