donderdag 16 juli 2015

Achter de schermen van Beestig!

Zij die de Facebookpagina van Dierenartsen Zonder Grenzen in de gaten houden, hebben vast gemerkt dat er een televisieploeg aan het werk was in Karamoja, Oeganda. Ze namen er een deel op van het programma "Beestig!". De unieke - en vaak ook grappige - beelden krijg je te zien in november op VTMKzoom, maar wij bieden je alvast een blik achter de schermen.

Na een eerste prospectiebezoek in maart, was het dan uiteindelijk zover: de langverwachte cameraploeg kwam aan in Moroto. Terwijl Alfunsy hen met de auto ging oppikken aan het vliegveld, reed ik nog rond op de moto door Moroto voor de laatste praktische voorbereidingen: thermosflessen voor de koffie, de sleutel van mijn huisje afgeven aan een meisje dat voor ons zou koken, nakijken dat alles in het hotel in orde was enzovoort. En dat allemaal voor deze topploeg, die ik toch graag stuk voor stuk even in de bloemetjes zet:
Dries: topcameraman met oneindig geduldBlog 9
Arne: knettergekke presentator, steeds klaar voor een dansje en fan van de babygeitjes Blog 7
Frank Mielants: regisseur, creatief brein en de klank doet hij er ook nog bij Blog 2 
Alfunsy: chauffeur van Dierenartsen Zonder Grenzen, maar ook een beetje manusje van allesBlog 4
 
Isaac: stagiair bij Dierenartsen Zonder Grenzen en flexibele duizendpoot: vertaler, bemiddelaar, lokaal expert en door iedereen genomineerd als held van de reisblog
Mezelf: ook wel het logistiek ezeltje genoemdBlog 3


Een beestig leuk programma!

Maar waar draait Beestig! nu eigenlijk om? Het is een educatief, entertainend televisieprogramma voor kinderen tussen 8 en 12 jaar oud over het belang van alledaagse dieren, zowel in Afrika als in België. Dit sluit heel goed aan bij de visie van Dierenartsen Zonder Grenzen, en dit leidde dan ook tot een mooie samenwerking.
Blog 10
Hier in Karamoja zijn dieren uitermate belangrijk. De Karimojong-herders zijn afhankelijk van hun vee voor hun overleven, aangevuld met kleinschalige landbouw. Ze trekken rond met hun kuddes op zoek naar gras en water, naargelang de seizoenen. Melk is voor deze herders de voornaamste voedingsbron, maar de kudde dient ook als spaarpotje, als trekkracht en voor sociaal en cultureel prestige. Hun semi-nomadische levenswijze is erg verschillend van de landbouwers die je in de rest van Oeganda kan vinden en is uitermate boeiend. Nog steeds leer ik elke dag bij over de Karimojong, hun cultuur en hun levenswijze. De crew van Beestig! had de kans om twee families gedurende 8 dagen te volgen en deel te nemen aan hun dagdagelijkse bezigheden. En mijn taak bestond erin om alles op rolletjes te laten lopen.

Wederzijds leren 

Blog 1
In elke familie was er één jongen die zich over Arne, de presentator, ontfermde. Arne was immers nog nooit in Afrika geweest en had geen idee waaruit het dagdagelijkse leven van een herder bestond. Dat leidde vaak tot hilarische situaties, waarbij de jongens aan Isaac, de vertaler, vroegen waarom Arne zo onhandig was. En wanneer Arne zich weer openhaalde aan één van de vele doornstruiken, mocht ik weer naar de auto rennen om het EHBO-setje met ontsmettingsmiddel te brengen.
Arne moest dus echt wel veel leren over de context waarin de Karimonjong-jongeren leven. Maar aan de andere kant begrepen de families vaak niet echt wat we juist kwamen doen. Velen onder hen hadden zelf nog nooit naar televisie gekeken, en ook kinderprogramma’s bestaan hier zo goed als niet. Met woorden alleen kwamen we er niet, dus moesten we het anders aanpakken, door het hen te laten beleven. Wanneer we een micro opspelden, lieten we de jongens naar zichzelf luisteren door de koptelefoon. Maar pas toen we een aantal beelden lieten zien op het monitorschermpje van de camera barstten de emoties los: “Oy takoi, oy takoi (amai amai!)!”. De meesten onder hen hebben niet eens een spiegel, dus jezelf zien bewegen op scherm was dan ook wel héél speciaal. Met andere woorden, voor beide kanten was iets vanzelfsprekends (televisie, dieren hoeden) allesbehalve vanzelfsprekend voor de andere.
Blog 8
Voor de lokale jongens zelf was het een hele ervaring: zij kregen ineens heel erg veel aandacht, zowel van hun familie als van een bende muzungus (blanken). Soms werden ze daardoor extra stoer, soms werden ze ook extra verlegen. Het leidde voor hen ook wel eens tot verrassingen. Zo kwam Lokong mee naar Moroto voor een aantal opnames, en passeerden we Mount Moroto hotel, waar een groot beeld van een olifant aan de ingang staat. Wat had hij schrik! Hij dacht immers dat het een echte olifant was. 



De regen als welkome rustpauze

Meestal hadden we prachtig weer, “is er nog zonnecrème, Karolien?”, maar de regio smeekte om regen, het was al veel te lang droog. Net op de namiddag dat de dorpoudsten een ceremonie hielden om regen te vragen, werden we door een intense regenbui overvallen. Ik ging snel schuilen bij de familie, in een hutje, aangezien er één plekje te weinig was in de auto. Dat waren voor mij rustpunten in de productie, waarbij ik gewoon gezellig samen kon zijn met de familie. Dan was ik eventjes weer gewoon Nakiru (mijn lokale naam, zij die met de regen komt), die net als hen blij was met de regen. Maar toen ik enthousiast naar de regenboog wees, werd me uitgelegd dat dit een negatief voorteken is: de regenboog houdt immers de regen tegen.

Blog 5Tijdens deze intieme regenmomentjes, wisselden de kinderen en ik spelletjes uit. Zij maakten allerlei figuren zoals regen, zon, een briesje, hoog gras en andere elementen uit hun dagelijks leven met een touwtje. Aan hen leerde ik het spelletje waarbij je van elkaar de figuren met het touwtje overneemt en dus het spelletje doorgeeft aan iemand anders. De andere familie profiteerde van de rustpauze om hun documenten te ordenen. Niemand van hen kon lezen, en een aantal van hun documenten had geen pasfoto, waardoor ze niet wisten van wie het document was. Ondertussen genoot ik van de pasgeboren geitjes die op mijn schoot probeerden te klauteren, tot het zonnetje er weer doorkwam en we verder konden filmen.
Na 9 intense dagen is de filmploeg weer vertrokken. Maar het afscheid is van korte duur: in juli zien we elkaar weer. Eerst ga ik een week meedraaien in Rwanda, waarna we nog één week in Oeganda zullen draaien. Daar kijk ik heel erg naar uit, maar ik kijk nog meer uit naar het einde van het jaar. Want dan zal ik aan de families het eindresultaat kunnen laten zien.

zondag 19 april 2015

Frisse neus halen in Mount Elgon

Na een drukke periode op het werk, werd het tijd om er tussenuit te knijpen om terug een fris hoofd te krijgen. Letterlijk deze keer, want ik ging de bergen in. Geen internet, geen gsm, enkel mezelf, mijn voeten en… een zeskoppige mannelijke harem.

Mount Elgon is een uitgedoofde vulkaan op de grens met Kenya. De hoogste toppen reiken boven de 4000m uit, wat het één van de hoogste gebergtes in Afrika maakt. Toch wordt de berg niet platgelopen door toeristen. De magische bekendheid van de Kilimanjaro in Tanzania en de belofte van eeuwige sneeuw op de Rwenzori in West-Oeganda maken dat Mount Elgon nogal snel gepasseerd wordt.
Gepakt met al mijn kampeergerief en een voorraad eten kom ik aan op het vertrekpunt. Daar blijkt niet 1 gids op mij staat te wachten, maar 3. En niet 1 porter, maar eveneens 3. Hoe dat komt? Wel, de tocht die ik in gedachten had is niet zo populair daar deze 5 tot 6 dagen in beslag neemt. Dus moesten er extra mensen mee om het pad, begroeid door wilde vegetatie met machetes vrij te maken. Ging ik net naar de bergen voor stilte en wat alleen zijn, zat ik daar met 6 Oegandese mannen opgescheept. Dat werd even wennen. 

Mijn reisgezellen
Diegenen die mijn liefde voor trektochten kennen, vragen zich misschien af waarom ik een porter had? Normaal draag ik toch alles zelf in mijn rugzak, ongeacht de hoogte van de berg of de lengte van de tocht? Maar dat is één van de dingen waaraan ik mij heb moeten aanpassen in Oeganda. Als je rijk bent (en dat ben ik in deze context zeker), word je verondersteld om mensen voor je te laten werken. Dus Vicky helpt me in het huishouden, Anyakun gaat voor me grond halen voor mijn moestuin en als ik de bergen intrek neem ik een porter mee. Eerst dacht ik dat ik het “goede” voorbeeld zou geven door die dingen zelf te doen en te tonen dat ik niet meer was dan hen. Maar na een tijdje begreep ik dat dat anders opgevat wordt: dit zou betekenen dat ik gierig ben en het anderen niet gun om ook wat geld te verdienen. Dus, luxe luxe, ik had enkel een dagrugzakje op mijn rug tijdens de trektocht.  

Prachtige watervallen, maar toch net te koud om te zwemmen

Prachtige woudreuzen

De Sasa trail gingen we omhoog richting het hoogste punt, de Wagagai: 4321m hoog. Gemakkelijk te onthouden, een beetje zoals de kathedraal in Antwerpen, 123m, maar dan andersom en met een cijfertje extra. We kwamen door prachtige oude wouden, met reuzen van bomen, spaans mos (hier gekend als oude mannenbaard) en aapjes slingerend door het bos. Hoe hoger we kwamen, hoe desolater het landschap werd. Regen, wolken en koude waren van de partij gedurende de eerste drie dagen. We kwamen soms vroeg aan in ons kamp, waardoor ik de rest van de namiddag en de avond bij mijn harem zat om me rond hun vuur te warmen. Vele verhalen werden verteld, met name over Karamoja. Dit keer ben ik niet “de schuldige” maar één van de gidsen: Lote, Karimojong en een geboren vertellerPolygamie, tabak aan een meisje vragen als je interesse hebt en het verzwijgen van exacte aantallen vee “1 of 2 koeien, dat is al wat ik heb” waren maar enkele van de onderwerpen die tot hilariteit leidden bij de andere gidsen en porters. Weer bleek hoe verschillend Karamoja is van de rest van het land. 

De top! En net op tijd voor de 10 seconden van de zelfontspanner

Op de terugweg naar ons basecamp toch ook maar even een andere top beklommen; Jackson's summit
Elke gids had zijn eigen specialiteit. Naast Lote zijn vertelkwaliteiten, was Agaba een geboren dj (jawel, helemaal ontsnappen van de gsm kon ik niet). Zijn liedjes over een vrouw die al haar bezittingen in een plastieken zak kon dragen, dan trouwde en later als een rijke vrouw haar man verliet leidde tot een algemeen hoofdschudden. “It is unfair!” werd de kreet van de trektocht. De oudste drager was een fantastisch lieve man, met handen die immuun leken te zijn voor vuur. Hij hielp me telkens uit de brand met het vasthouden van potten op ons kampvuur. Tot slot was er nog een universeel gegeven: lachen met kleine mensen. De arme Karim was kleiner dan mezelf. Bijnaam: tall man. 


Prachtige vergezichten op Piswa trail

Na drie dagen wolken en buien klaarde het eindelijk op voor onze langste dag: 35km, waarvan het eerste deel stijgen en dalen rond de 4000m grens. Pittig, maar prachtig. De uitgestrektheid deed me erg denken aan de boeken van Jean M Auel, over een meisje in de oertijd. Zeker toen we de Hunter’s Cave passeerden, helemaal in lijn met mijn verbeelding. 

En nog meer prachtige vergezichten
Ons laatste kamp, Piswa


Net buiten het nationaal park waren alle boeren ijverig in de weer om hun land klaar te maken in het begin van het regenseizoen. 

De enige manier van vervoer terug: op de truck! Af en toe werden zakken bloem, mais en kippen op of af geladen.
Een dagje uitrusten aan Sipi falls na de trektocht
Vijf dagen lang wandelen: mijn hoofd werd leeg, mijn lichaam voldaan. Maar ik ben, zoals altijd wanneer ik een tijdje uit de regio ben, weer heel blij om thuis te zijn in Moroto. De eerste regens zijn gevallen, mijn moestuintje is vandaag klaargemaakt!




dinsdag 24 februari 2015

Little delights of daily life

 De kleine dingetjes die me elke dag doen lachen:
De prachtige kleuren van sorghum,drogend in de zon, tijdens een bijeenkomst van een VICOBA groep. 

First rains are coming!! Mijn lokale naam, Nakiru, betekent "zij die komt met de regen". Na maanden van droogte deed ik dus een vrolijke regendans. Regen kan echt prachtig zijn.

De Ngikarimojong in hun kleurrijke klederdracht, op weg om water te halen

De prachtige zonsopgang: one of the advantages of getting up early for field work!


Children are always very excited about my camera. Gegichel alom als ze zichzelf op het cameraschermpje zien achteraf. Sometimes, they kind of make me feel like a popstar. Everywhere I go they wave and shout "muzungu muzungu, how are you!".

The most beautiful tree in town. 

Puppies! And Maria of course
The chickens in our compound. Unfortunately not the best picture, since the hen was protecting her little ones. 
My little garden with fastgrowing basil (unfortunately, the other 6 species I planted failed, only parseley still manages a little bit)

My first homemade pesto of homegrown basil! 


Homemade bread. And Maria of course

The little kittens of our office kat. She gave birth to them in an old car in the garden.

woensdag 11 februari 2015

Samen op de moto!

Motorrijles? Inderdaad. Ik kon het niet weerstaan. Overal rijden er moto’s rond en er staan er steeds twee te pronken op kantoor. Het was even zoeken hoe ik dat zou aanpakken, maar zaterdag was het dan zover: mijn eerste keer motorrijden!

Transport hier is erg afhankelijk van hoe arm of rijk je bent. De armste mensen wandelen of fietsen. Oude Hollandse fietsen zijn het populairste. Vaak ontbreken pedalen of staat het zadel veel te hoog, maar dat houdt niemand hier tegen. Fietsen zijn ook cruciaal
om grotere lasten te vervoeren. Ze worden vol gestapeld met goederen en worden dan naar de markt geduwd. Wanneer je tot de middenklasse behoort, laat ons zeggen, zij met een arbeidscontract, gebruik je de boda-bodas, of heb je zelf een kleine moto. En de rijkere klasse heeft een eigen auto.

Een fiets is het ideale middel om goederen te vervoeren. Of kan zelfs als winkeltje dienen!

Boda-bodas zijn mijn favoriete transport hier. Het zijn kleine moto’s die als taxi functioneren. Je vindt hen overal, zowel in grote steden als op het platteland. Je steekt gewoon je hand op, springt achterop en vertrekt naar je bestemming. Eigenlijk is dit soms wel een gek gevoel, je zit telkens achterop de moto bij een onbekende man. Ze hebben ook steeds een koord bij om iets achterop te binden. Je kan het zo gek niet bedenken of het kan vervoerd worden met een boda, zelfs een bed heb ik hen al zien vervoeren.
Ik heb hier enkele vaste boda-bodas, die ik voornamelijk ’s avonds bel of als ik ergens dringend naartoe moet. Of als ik een bak bier wil, dan gaat Joël dat voor mij halen. Al vindt hij dat eigenlijk niet altijd even leuk, hij drinkt immers zelf niet. We slaan altijd een praatje, en zeker met Richard is dat erg leuk. Hij is een rustige en verstandige kerel en vertelt me vaak uit zichzelf kleine dingetjes over de samenleving hier. Zo vertelde hij me gisteren nog hoe er drie dingen zijn die bijna iedereen hier over blanken denkt: eerst en vooral zijn wij allemaal ongelooflijk rijk, ten tweede zijn wij allemaal intelligent en ten derde, wij weten alles. En wat denkt hij daarvan, vraag ik dan? Wel, hij nuanceert dat wat. Hij denkt niet dat we allemaal super rijk zijn, maar hij heeft ook nog geen enkele arme blanke gezien hier. Geen honger, niemand dakloos. Daarnaast zijn de meeste blanken hier hoog opgeleid en hebben ze ook kennis van een “geavanceerde” economie. Dus dat maakt dat we andere dingen weten, dingen die je als Oegandees moeilijk kan weten. En daar kan ik me wel in vinden.
Deze boda-boda had zijn motor zo mooi versierd (let op de kleurtjes in de spaken!) dat ik de trotse eigenaar om een foto vroeg.  

Maar hoe ga ik dat motorrijden nu aanpakken? Mijn collega’s kunnen rijden, maar ik heb er toch niet teveel vertrouwen in om het aan hen te vragen. Ze lijken me toch niet 100% handig met die dingen. Bovendien zijn ze er net iets te macho mee. Mijn baas misschien? Kalm en rustig, dus ideaal als leraar. Maar ik had hem nog nooit op een moto zien rijden. Tot onze chauffeur me ineens op het voor de hand liggende en perfecte idee bracht: één van de lokale boda-bodas!

Bon, na een beetje polsen bij Richard hoe hij iemand zou leren boda rijden, was het duidelijk voor mij: dit is mijn leraar! En dit weekend was het dan zover. De kookles (jawel, posho en kippensoep op zijn Oegandees) ging niet door, dus dan maar op de boda. We gaan naar een veldje dat redelijk vlak is en daar krijg ik eerst theorie. Hoe starten (kickstart), schakelen, remmen,… De theorie is vrij eenvoudig, uiteindelijk verschilt het niet zoveel van een auto. Behalve dan die remmen. Daarvoor had ik schrik, ik zag mijzelf al gewoon de ambriage induwen wanneer ik wil remmen.  Mentale notitie: remmen is rechtervoet! En toen was het zover: praktijk! Eerst met Richard achterop en na 10 minuutjes al alleen. Draaien, schakelen, versnellen, vertragen, starten en stoppen, ’t ging allemaal best vlotjes. Maar dat is pas het begin. “Dus, Karolien, nu moet je jouw kennis van autorijden in het verkeer toepassen op de boda. Je weet wel, putten, modder, stenen, vee dat plots opdruikt in het midden van de weg…”. Euh… welke kennis? Het is me wel duidelijk. Hier rijden is méér dan enkel de techniek en het toepassen van verkeersregels. Dus de volgende les wordt heel context specifiek: omgaan met putten, los zand en wat te doen als je alleen bent en stilvalt in the middle of nowhere. Mijn eerste voorproefje heb ik al gehad: ik ben zelf, met Richard achterop, terug naar huis gereden. Zonder stilvallen of te hard botsen over de putten. Top!
En dankzij Lyle en Ingrid heb ik nu ook een space helm om me te beschermen. Opvallen deed ik al, maar nu zal ik dat ongetwijfeld nog meer doen!

woensdag 4 februari 2015

It's all about poo-poo

Building latrines can be a good solution. A latrine is probably even one of the best solutions. But why is the construction of latrines one of those development projects that so often seem to fail? The examples are plenty: toilet constructions that are so nice that they are now being used as the office of a local politician; latrines that are locked, except when the NGO comes and visits them “it is Josephine’s toilet!”; the community who has built a nice latrine, or so it seems, until you open the door and you see there is not even a hole -they only wanted to please the donor…So, it is not about latrines. It is all about poo-poo.

Why does this construction approach fails? Latrine construction focusses on a possible solution, not on the problem. The problem is the spread of waterborne diseases such as diarrhoea and hepatitis, which is partially caused by unhealthy sanitation practices such as open defecation. That is where the CLTS-approach comes in. CLTS? Yes, the development sector has so many abbreviations that sometimes Ngakarimajong seems an easier language to learn. CLTS stands for Community-Led Total Sanitation approach. It aims at achieving a sustainable behaviour change; to stop open defecation (OD). The lead is taken by the community, who develops its own action plan. Sounds great. But how does it work in practice?

Defecation mapping. All community members participate: women, men and children
There are 7 main tools, which are used to trigger the community. After gathering the community in the shade of a tree for a short introduction, the action starts. The community is asked to draw a plan of their village by using stones, branches or whatever local material is easily available. Besides drawing the manyattas (grouped households), they also indicate water sources and the places where they defecate. It can be some bushes next to the manyatta, in the field, or just behind the kitchen. The places that they identified for open defecation, is where we all go next, looking for fresh poo-poo, on “The Walk of Shame”. Once the community finds a nice fresh shit –and yes, let us call a spade a spade- they pick it up and walk around the village with it. Everyone carries it, preferably the village leader first. As expected, this creates a lot of reactions: disgust, disbelief, laughter… As a participant, you immediately feel that the community is excited and interested in what this is all about.
The local leader carrying shit on the Walk of Shame
The other tools are mainly to let the community acquire insight in the relation between open defecation and their health. A clean bottle of water is passed around, and people drink from it. Then, a community member takes a little branch or anything what is available, takes a bit of the poo-poo, and puts it in a new bottle of clean water. After shaking, the water seems clear again, but no-one wants to drink from it anymore. Why not? Because after all, if it rains, faeces are also ending up in their rivers, from which they sometimes drink. So, what is the difference?

Then there is the shit calculation (how much bags of shit produced in one year by one village? Where do they end up, because we don’t see them?), the flow-diagram (how do you end up “eating faeces”?) and calculation of medical expenses due to sanitation related diseases. Mostly, the community gets rather astonished by all this, and wants to take action. If they feel like taking action, they draw themselves an action plan and identify natural leaders to follow-up on the plan.

The Flow-diagram
The actions undertaken are to obtain an “OD-free” community. This doesn’t necessarily involve the construction of first class latrines, because this is often not feasible for a small poor community. If that would be the initial aim, it would quickly discourage. If your objective would be to build a castle in one day, wouldn’t you be discouraged? On sanitation, you can start small. Maybe you start by picking one spot where everyone goes for a call of nature. This can then be scaled up to digging small pits which you cover up, the so-called “cat method”. And then you scale up again and again. At one point, latrines made of local material will appear. Which will not be used as the local leader’s office.

I admit, I first thought this sounded first as a weird approach. Shaming people with their shit? Isn’t it a bit arrogant of us? Who are we to tell them to go on a walk of shame? But we got the help of the WASH experts of PROTOS on this. They have tried so many things on sanitation and claim this is the most effective thus far. Also other NGOs in the region tell us about the positive change they are experiencing by using CLTS. With VSF we have now piloted the CLTS-approach in 4 villages, as part of a smaller WASH-project. Together with the local government we do a close follow-up. And we do see the first signs of progress. I am curious what the results will be… 

dinsdag 27 januari 2015

Het huwelijk. Eeuwige liefde of geld en politiek?

Of ik met mijn collega naar de trouw van zijn nicht wilde gaan. Ik zag het al voor me. Mijn collega neemt me mee als date en introduceert me bij de hele familie als zijn tweede vrouw. Of minnares. Of weet ik veel hoe hij dat zou verklaren. Hoe kon ik hier onderuit geraken? Dat ik zijn familie niet kende, noch het bruidspaar, was blijkbaar geen excuus. Dan misschien toch maar gaan en wat traditie opsnuiven.

Vrijdagavond, net terug van een week in Kaabong waar ik mee workshops organiseerde voor water user committees. Een frisse pint kan ik wel gebruiken, dus trek ik samen met enkele vrienden naar Mount Moroto hotel, “The pride of Karamoja”. Al snel bespreken we onze weekendplannen. Blijkt dat Teba en Maria ook naar een trouw gaan. In hetzelfde district. In hetzelfde dorp. Jawel, dezelfde trouw! Kende Maria het bruidspaar dan? Of ging ze als date van Teba mee? Niets van dat. Blijkbaar is het doodgewoon dat iedereen binnenloopt op een trouw, of je het bruidspaar nu kent of niet. Dat is dan ook voor mij al een zorg minder. Ik ben dus niet de date van mijn collega. We besluiten om nog een moto te huren en met ons vieren op pad te gaan.

Eindelijk kan ik dan mijn kleedje aantrekken dat ik speciaal mee heb voor dit soort gelegenheid. Zelfs make-up wordt vanonder het stof gehaald. Stof. Plots realiseer ik me dat ik anderhalf uur achterop een moto zal zitten, rijdend over een zandweg met opwaaiend stof. Dat kleedje, dat werkt al niet achterop een moto. Make-up is evenmin een goed idee, dat laat het stof enkel maar meer plakken. Dan maar back to basics: jeans, bloesje en een paar oorbellen. Snel nog een paar leuke tassen kopen, wat geld in steken en een cadeautje heb ik ook al klaar.

In Lotome gaan we eerst op bezoek bij Teba’s familie. Onder een grote boom zetten we ons op een bankje en beginnen gezellig te kletsen met de broer, vader en moeder. Er wordt ons frisdrank aangeboden en zelfgemaakte wijn. Daar wil ik uiteraard alles van weten. Sap van 70 appelsienen, 1 kilogram suiker per theelepel gist en water is alles wat je nodig hebt voor dit heerlijke goedje. Dat wordt uitgetest! Na een tijdje vertelt de jongere broer dat hij niet kan trouwen zolang Teba, zijn oudere broer, niet getrouwd is. Anders zal hij een extra stier moeten betalen, als een soort van boete. Bovendien zal hij Teba en zijn vrienden (wij dus eveneens) uitnodigen voor een rondje schelden. Dat laatste is uiteraard symbolisch, haast hij zich te vertellen. Maar de moeder wilde me wel als schoondochter verwelkomen, zei ze met een dikke knipoog. Wordt vervolgd?

Simon is groot (en wij klein)
Op bezoek bij Teba's familie
Het huwelijk is eigenlijk geen huwelijk, maar een introductie. Een soort verloving zeg maar. Eén van de belangrijkste aspecten is het herbevestigen van de bruidsprijs. Deze werd vroeger voornamelijk betaald in koeien en geiten, maar vandaag de dag gebeurt dit ook in geld. De familie van de verzamelt geld in en betaalt dit aan de familie van de vrouw. Het voelt ergens aan alsof een vrouw verkocht wordt, maar ik moet me er nog meer in verdiepen om te zien wat er nog achter zit. Er zijn wel enkele problemen aan gerelateerd. Zo ging men soms koeien stelen van een naburige clan, om de bruidsprijs te kunnen betalen. Dit leidde uiteraard tot conflict tussen de clans. Daarnaast is er uiteraard ook het statusverlies, als je geen bruidsprijs kan betalen, kan je niet trouwen. Je kan samenleven, kinderen hebben enzovoort, maar je bent niet echt getrouwd in de ogen van de maatschappij.  Zo is vreemdgaan als vrouw pas écht erg als je getrouwd bent, omdat dat je hele familie, die meebetaald heeft aan de bruidsprijs, in diskrediet 

Het was een grote bijeenkomst. Dit is niet traditioneel Karimojong, om hier zo'n groot event van te maken. Klein detail: de UNICEF tent heeft vele functies!

De Karimojong houden van kraaltjes, en op feesten halen ze hun mooiste accessoires boven

Paparazzi! 

De familie van de bruid die het feest in goede banen leiden (mijn collega is diegene met het ruiten hemdje).
Naast het herbevestigen van de bruidsprijs zijn er speeches. Véél speeches. De campagnes voor de verkiezingen van 2016 zijn gestart. En de vader van de bruid strijdt voor een positie in het district. Er was dus veel politiek vertoon. Veel mensen waren aanwezig om zich te laten zien, als onderdeel van een politieke campagne. Na enkele uren van speeches werd dit onderbroken door een leuker aspect: het uitzoeken van de bruid. Het eerste groepje verschijnt: meisjes van een jaar of 10, allemaal gelijkaardig gekleed. De bruidegom wordt gevraagd of zijn bruid hier tussen zit. Nee? Dan komt de volgende groep, iets ouder deze keer. Zo passeren er een aantal groepjes, tot er een gesluierd groepje aankomt. Deze keer zit ze ertussen. Maar zal hij haar enkel aan haar gestalte kunnen herkennen? Anders wacht hem een boete van 1 miljoen Ugandan Shilling. Maar hij doet het! Tranen van vreugde bij de bruid, een uitgelaten massa roept en danst. Daarop volgt de overdracht: de bruid gaat aan de andere kant van de ruimte zitten, bij de familie van de man.

Deze kleine meisjes werden alvast teruggestuurd. De bruid zat er niet tussen.

Zou één van deze jongedames de bruid zijn?


Of één van deze dames?

Misschien een Afrikaanse big mama?

Hier zit ze zeker tussen. Maar dit wordt moeilijk kiezen...
De ceremonie wordt vervolgens onderbroken voor eten. Daarna zouden er nog speeches komen. Echt politieke speeches deze keer, met “goede raad van wijze mannen”. Maar het wordt donker, en wij zijn blij dat we ervandoor kunnen op onze moto’s, over de stoffige, hobbelige weg, met een prachtige zonsondergang over de steppes.
Tradities worden gemixt: ook cake hoort er dit keer bij

Going back home!