Interculturele
vaardigheden. Drie dagen hebben we eraan gespendeerd tijdens onze
voorbereiding. In tegenstelling tot wat we vreesden, was dat een fantastische
opleiding. We gingen op zoek naar onszelf en hoe we reageren in een andere
culturele setting. Hoe we omgaan met conflict, verandering en hoe we
communiceren. En hoe dat gepercipieerd kan worden. Maar hoe goed een training ook is, de echte training kom je pas tegen in het alledaagse leven. Bijvoorbeeld bij de aanschaf van een zetel.
Mijn huisje in Moroto ontbrak het nog aan een gezellige zetel om een filmpje in te kijken of om gasten een comfortabele zitplaats aan te bieden, in plaats van die ene houten stoel. Na mijn vakantie was ik nog één dag in Kampala om een aantal administratieve zaken in orde te brengen. En ik had tevens tijd om op zoek te gaan naar een zetel. De dag verliep ongelooflijk efficiënt en weerlegde alle stereotypes over Afrika. Goedgezind hielp Godwin, een boda-chauffeur, mij om de hele stad te doorkruisen voor administratie en een aantal aankopen (want kaas en gelijkaardige geneugten van het leven vind je niet in Moroto), waaronder een zetel. Godwin toonde eindeloos geduld en hielp me met de onderhandelingen. De deal was gesloten, en trots laadde ik mijn zetel achterop een andere boda (moto-taxi). Geen ontvangstbewijsje of niets, en daar vertrok die boda met mijn zetel in de drukte van Kampala. Zou het de laatste keer zijn dat ik die zetel zag? Zou er binnenkort in iemand anders' huis in mijn zetel hartelijk gelachen worden om die naïeve muzungu? Neehoor, na wederom de hele stad doorkruist te hebben, zag ik de boda met mijn zetel op me wachten op de afgesproken plek. Mijn vertrouwen in mijn medemens kreeg weer een boost. Zeg nu nog eens iets over "die Afrikanen"!
Maar later die dag kreeg ik dan toch mijn lesje in interculturaliteit. Ik weet dat in Oeganda er niet graag “nee” gezegd wordt.
Vaak wordt er rond de pot gedraaid, of wordt er ja gezegd en nee bedoeld. De
kunst is om dat te herkennen en toch de juiste informatie te verkrijgen. Ik
dacht dat me dat best goed lukte, zeker op een dag als deze waar alles op rolletjes liep.
Het plan was om de zetel mee op de bus te nemen naar Moroto, in de laadruimte. Ik wist dat ik meer zou moeten betalen. Ik wist ook dat de zetel misschien niet meekon met dezelfde bus als waarmee ik naar huis ging. Vol zelfvertrouwen ging ik dat dus eventjes regelen.
Zoals afgesproken
staat de taxi om half 2 ’s nachts aan mijn deur in Kampala. Een beetje
knutselwerk en daar hangt de zetel op/onder/naast de auto. Wederom ben ik
onder de indruk van de handigheid van de Oegandezen. Alles krijg je vervoerd,
als je maar wil. Of het nu 20 kippen op een moto zijn, 15 mensen in een
minibusje of een zetel in een auto met bijna geen laadruimte. Om twee uur staan
we aan het buspark, in een gure buurt. Bij aankomst vraag ik direct
naar alle praktische beslommeringen, met ondersteuning van de vriendelijke taxichauffeur, en
ik krijg de bevestiging dat de zetel mee kan. Als het niet vandaag is, dan wel
morgen. Eventjes wachten op de verantwoordelijke, en dan kan ik mijn ticketje
betalen voor de zetel en een ontvangstbewijs meenemen om de zetel later in Moroto op te pikken. Top! Ik neem afscheid
van de taxichauffeur en placeer mij in mijn zetel, naast de bus. Handig toch
dat het net een zetel is die ik moet vervoeren. Daar kan ik rustig twee uur in
wachten tot de bus vertrekt.
Elk kwartier
vraag ik naar de stand van zaken, met als antwoord dat ik eventjes moet
wachten. Dat de man me niet echt aankeek, dichtte ik toe aan verlegenheid. Ergens rinkelde een belletje, maar dat
negeerde ik. Ik had het toch allemaal netjes geregeld, niet? Uiteindelijk begon het
belletje harder en harder te rinkelen en stond ik op mijn strepen om de
verantwoordelijke te zien. “Je zetel kan niet mee”. Pardon? Ik herhaal mijn vraag. “Je zetel kan
niet mee!”, werd me deze keer toegesnauwd. “De laadruimte is te klein!”. Hoogst
onbeleefd van hem om te roepen, want in Oeganda wordt dit gezien als een teken van onvolwassenheid. Even denk ik dat het misschien om geld draait, maar nee. De man voelde
zich waarschijnlijk zelf ongemakkelijk omdat hij wist dat ik ging achterblijven
in Kampala. Met mijn zetel. En zo geschiedde.
De bus vertrok vijf minuten later
(en dus een half uur te vroeg, wie had dat ooit gedacht!), waardoor ik geen tijd meer had om iets te
regelen. De taxichauffeur terug uit bed gebeld, en na een slapeloze nacht weer op weg naar een zacht bed bij mijn lieve
en begripvolle vrienden in Kampala. Met mijn zetel.
Moraal van het verhaal: wees attent voor
culturele signalen (denk niet dat iemand “gewoon” verlegen of onbeleefd is) en
luister naar de belletjes in je hoofd. En mijn zetel? Die wordt nu gebruikt
door mijn vrienden in Kampala. Totdat ik iemand vind die hem mee wil en kan
nemen met de wagen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten